vrijdag 4 april 2014

Magdalena 1 en 2 nederlandse versie


Het dagboek ‘Magdalena uit Blumendorf’ is ongetwijfeld het meest aansprekende dagboek van de vier gevonden dagboeken onder het dak van een huis in Blumendorf . Mijn hoop is dat het ooit eens verfilmd word. Het gaat over arm en rijk, verschil in religie, strijd tegen onrecht, heldendaden, en natuurlijk .....liefde. Of er ook een happy end is? Veel leesplezier. Het eerste gedeelte (het verslag van twee dagen)was in zo'n slechte staat dat het niet meer leesbaar was.

..... gewaarschuwd was.  Dat bleek later een beetje overdreven, de zomer was dit jaar zo warm en zo droog, dat de rivier bijna helemaal opgedroogd was. Slechts een klein stroompje liep er nog door de rivierbedding, zo weinig, dat er zelfs de dorst van de paarden niet mee gelesd konden worden.  Bij de herberg was een brede bron met koel water, waar zich de voermannen en hun paarden aan tegoed deden. Bij de overloop waste ik me de stof van het gezicht, en had maar al te graag een bad in de trog genomen. Maar dan ik ik ze zeker met de zweep van deze of gene voerman gekregen. Ik leste mijn dorst en ging de herberg binnen.
Hans had al een kleine kamer voor ons gevonden met een raampje met uitzicht op de rivier. Zo werd er wat frisse lucht naar binnen geblazen, maar ondanks dat rook het er muffig en vuil. Dat kwam door de oude schoven stro waar we op moesten slapen. Net toen ik vers stro voor ons lager wilde gaan halen, werd de kamerdeur open gestoten en stond Hans voor me met een grote hoeveelheid  gedorst stro. In de slechts enkele dagen die we met ons gespan onderweg zijn, werden we ondanks het grote leeftijdsverschil zeer goede vrienden. Toch kan Hans het niet laten om me er steeds weer op te wijzen, dat mijn vader hem opgedragen heeft om op mij te passen met alle rechten en niet uitsluitend plichten. Maar Hans weet ook hoe walgelijk ik viezigheid overal vind. Het oude stro vloog door het raam naar buiten. Daar verzamelde Jörg het, en maakte daar zijn slaapplaats van, onder onze wagen. In het begin verwonderde het me, dat onder elke wagen tenminste één van de voerknechten sliep. Maar Jörg heeft me verteld dat zich een keer ’s nachts, een struikrover in zijn wagen geslopen was. Die is toen een hele dag met hun meegereisd, zonder dat ze er erg in hadden. Tenslotte hadden ze hem toch ontdekt omdat hij moest pissen, en dat in de wagen en zelfs op de lading deed. Sindsdien past hij goed op en slaapt onder de wagen, slechts op één oor, zoals hij het zelf noemt.
In de eetzaal was het behoorlijk lawaaierig en rokerig, maar het eten was zeer goed. Ik had een behoorlijke honger, want sinds de middag hadden we geen pauze meer gehad, om op tijd de Queisovergang te bereiken. Ik werd door de voerknechten weer voor de gek gehouden, wat had zo’n ‘kaasneus’ hier te zoeken. In alle rust verklaarde Hans waarom en de pesterij veranderde in acceptatie. Daarna hielden de voerknechten de waard voor de gek, want die had beweerd dat de paar huizen die stroomafwaarts lagen, een echte stad vormden. Ik kon het ook niet geloven want er was zelfs geen stadsmuur. Op zijn hoogst was het een groot dorp, en ik heb zelfs nog grotere dorpen gezien. Hans die altijd en overal van alles af weet, heeft me alles uitgelegd.
De herberg waar we nu overnachten is al zeer oud, want hij ligt aan de grote handelsroute van Zittau naar Hirschberg, bij een gunstige waadplaats aan de Queis, die al vroeg in het voorjaar te passeren is. Al lang geleden vonden voerlui hier een veilige slaapplek voor de nacht. Soms sliepen er ook reizigers die met een snellere wagen onderweg waren. Voor hen hield de waard enkele kleine kamers bereid, ook Hans en ik werden op ons verzoek in zo’n kamertje ondergebracht. In onrustige tijden, of als er veel struikrovers waren, kregen de wagenkolonnes hier bewapende mannen mee, die door de handelaren gezamelijk betaald werden. Zo ontstonden er in de loop van tijd rondom de herberg aan de Queis steeds meer hutten en huizen. Echter de eigenaar van de herberg bezat al het land, en had het privilege gekregen om bij de vaak voorkomende kleine geschillen, recht te spreken. Daarom was er in de herberg een getraliede ruimte waar men meerdere personen in kon opsluiten. Omdat de eigenaar van de herberg een zegel met de afbeelding van een uil gebruikte, noemde men het in de loop van de tijd onstane dorp Eulendorf.
Ongeveer honderd jaar geleden werd het kleine dorp door hertog Heinrich von Schweidnitz und Jauer tot stad geheven. Daarbij hoort de volgende uitleg; toen de markgraaf Waldemar von Brandenburg, die de hele Lausitz toebehoorde stierf, ontstond er een strijd om zijn bezit tussen de hertog Heinrich von Schweidnitz en de koning Johan von Böhmen. Afwisselend bezetten ze het land met bewapende hordes die zich verzorgden met wat het land voortbracht en beroofden de bevolking. Afgevaardigden van de steden gingen naar Bohemen en naar Schweidnitz en vroegen om hulp tegen de rovende bendes, die naar verluidt  in opdracht en medeweten van de heerschappen handelden. Uiteindelijk kwam het tot een vredesluiting op de burcht Leßna. Het land werd opgedeeld; Johan von Böhmen kreeg Löbau, Heinrich von Schweidnitz und Jauer kreeg Lauban, Görlitz, Zittau en de Queisregio. Aansluitend aan de vredesluiting werd er een grote jacht in de bossen bij Eulendorf gehouden. Daarbij schoot men op een berg tussen Eulendorf en Rabishau een valk, die zijn buit nog in de snavel hield. Naar aanleiding van deze vrede werd Eulendorf door hertog Heinrich tot stad geheven en Friedeberg genoemt. Het stadswapen laat de valk met zijn buit zien.

Hans wist ook te vertellen, hoe het dorp langzaam veranderde in een stad. De hertog had in de oorkonde van de stadsstichting bevolen dat in de toekomst, in een omtrek van twee mijlen buiten de stad, geen ambachtsman meer zijn beroep mocht uitoefenen, met uitzondering van de smid en de werktuigbouwer. De ambachtslui  moesten met hun families naar de stad verhuizen en zouden daar huizen krijgen. De meeste ambachtslieden hadden al niet voldoende werk in de dorpen en waren met deze veranderingen met het vooruitzicht op meer klanten best tevreden. Van de andere kant waren er nu in de stad meer mensen met hetzelfde beroep, men richtte daarom  gildes op en regelde gezamelijk alle vragen die met de ontwikkeling van hun beroep en de opleiding van opvolgers te maken hadden. Ook was het in de omgeving niet meer geoorloofd, handel te drijven, bier te brouwen of te bier te schenken. Dat waren nu allemaal rechten van de nieuw opgerichte stad. Daar werden regelmatig markten gehouden, waar de dorpelingen hun waren konden aanbieden, en zelf konden inkopen wat nodig was voor het dagelijkse leven. Rechtszaken voor de hele omgeving werden nu in de stad gehouden. Daar woonde de rechter en daar werden de juryleden gekozen.
Vele oude steden hadden vroeger nog de opgave in onrustige tijden, bescherming te bieden aan de bevolking. Daartoe bouwde men sterke muren en waren er wapens voor de burgerweer. Dat was in Friedeberg echter anders. Deze nieuwe stad had geen muren gekregen omdat de hertog er van overtuigd was, dat er geen oorlogen meer zouden zijn, en daarom waren muren en weren overbodig.
Veel van de voerlui hadden aandachtig naar Hans geluisterd, want hij vertelde deze verhalen zo levendig en spannend dat iedereen geboeid toehoorde. We gingen beide daarna vlug naar bed, want de dag was voor ons opwindend en vermoeiend genoeg geweest.

Geen opmerkingen: